Tips per examenvorm

Elke examenvorm vereist zijn eigen manier van leren! Bij deze enkele tips om te knallen! De kring is echter niet verantwoordelijk voor rare breinen die toch niet slagen ondanks onze übertips 😉

Mondeling Examen

Dé gevreesde examenvorm van velen, maar achteraf gezien wel vaak de leukste! Vaak ben je het langste bezig aan de leerstof voor een mondeling examen, want radicaal afgaan voor de prof is geen optie. Het is belangrijk dat je de cursus echt beheerst, want deze examenvragen zijn vaak heel uitgebreid, zoals vergelijkingsvragen tussen meerdere hoofdstukken. Of gewoon een heel hoofdstuk aframmelen. Maar geen zorgen, een perfect mondeling examen is haast onmogelijk want de favoriete bezigheid van elke prof is om bijvragen te stellen. Hoe onmogelijker de bijvragen worden, hoe meer de prof zich amuseert. Geen zorgen als je er niet veel kan beantwoorden. Vaak zijn deze bedoeld om je kennis te testen tot het uiterste. “Hoe ver geraakt deze studenten tot een 20?”.

Zeker niet te vergeten : laat je niet vangen door de “ben je daar wel zeker van?” vraag. Juiste antwoord : “ja, ik ben daar heel zeker van”.

Misschien ook een handige, maar slechts een aanvullende tip voor als je de cursus echt beheerst: zoek over een bepaald onderwerp een leuk weetje op. Gegarandeerd dat de prof even met zijn mond vol tanden zit.

Tips volgens Guido.be

Klaar voor je mondeling examen? Of toch niet? Meestal krijgen de zenuwen de overhand. Je staat maar wat heen en weer te schuifelen tot het jouw beurt is om af te zien. Toch is die paniek nergens voor nodig. Vreemd genoeg wijzen de statistieken uit dat je juist meer kans hebt om te slagen voor een mondeling examen dan voor een schriftelijk.

Stressen

Bij mondelinge oefeningen en examens heb je de kans om uit te leggen wat je bedoelt. Soms kan je je zelfs redden uit een bepaalde situatie. Dat geldt niet voor schriftelijke examens. Enkele tips om goed te starten.

  • Hou jezelf onder controle en luister niet naar medestudenten. Meestal zorgen hun zenuwen voor meer stress bij jou.
  • Zorg ervoor dat je iets hebt gegeten, maar niet te zwaar. Zo begint je maag niet te grollen en val je niet flauw.
  • Drink niets met bubbels (cola, spuitwater…) Meestal gooien deze drankjes je maag overhoop. Dat heb je niet nodig als je al zenuwachtig bent.
  • Zorg voor deftige kledij, maar don’t overdo it!
  • Zorg voor een frisse adem. De prof zal het niet appreciëren als hij het bier of de lookpita van de vorige avond nog ruikt.

Keep talking

En nu het moeilijke gedeelte: je mond opendoen en er geluid uitkrijgen. En dan liefst geen gepiep of krakende stembanden. Adem eens goed in voor je binnengaat, en bedenk dat er zijn ergere dingen zijn in het leven.

  • Begin altijd met een beleefde begroeting. Niet een droge ‘jeeet’, maar liefst iets als ‘goedemorgen’.
  • Praat correct Nederlands, of doe toch erg veel moeite.
  • Pas je stemgeluid aan. Zit niet te roepen tegen de ondervrager, maar zorg wel dat men je verstaat.
  • Concentreer je op de vraag. Hou je zenuwen onder controle en probeer een coherent antwoord te geven.
  • Feit: studenten die hakkelen, zinnen niet afmaken en onzeker overkomen, krijgen soms minder punten, ook al is de inhoud ok. Het omgekeerde geldt ook. Een vlotte prater die zelfzeker is, krijgt meer, ook al is niet alles juist.
  • Als je redeneert over een bepaalde vraag, doe dat dan luidop. Je kan je vermoedens uiten, maar zorg wel dat je kritisch blijft.

Lees de lichaamstaal van de prof

Het lijkt onmogelijk, maar gedachten lezen kan tot op een zeker niveau. Als je aandachtig genoeg de prof in de gaten houdt, zie je vanzelf of jouw manier van examen afleggen hem of haar bevalt…

  • Krabben aan het hoofd + naar boven kijken duidt op twijfel die neigt naar het positieve.
  • Krabben aan het hoofd + vooruit kijken duidt op onbestemde twijfel.
  • Iemand die de handen voor de mond houdt en omhoog kijkt, luistert naar een gesprek en heeft een duidelijke mening.
  • Iemand die op zijn bril kauwt denkt na over hoe hij iets moet formuleren.
  • Krabben aan het hoofd en de arm als barrière voor zich is een afwerend gebaar. Hieruit blijkt afkeuring.
  • Een kin die op een hand steunt, is meestal een teken van vermoeidheid. Er wordt over zware zaken nagedacht en het denken kost moeite.

It ain’t over till it’s over

En dan is het zover. Het moeilijkste gedeelte is voorbij… NOT. Je moet nog met enkele dingen rekening houden.

  • Ook al is het slecht gegaan, blijf vriendelijk. Aarzel zelfs niet om ‘tot in augustus’ te zeggen als je zeker bent van een tweede zit. De prof uitschelden is het domste wat je kunt doen.
  • Hou in je achterhoofd dat er nog anderen staan te wachten. Onthoud dus de vragen die je hebt gekregen. Wie weet help je er een ander mee.
  • Het is ook beter voor jezelf om te onthouden wat er verkeerd is gegaan. Zo weet je waar je de volgende keer op moet letten.
  • Kick af! Je hebt er een stressy moment opzitten. Nu is het de bedoeling om even te rusten, zodat je er volle bak weer in kan vliegen!

Open Boek

Een open boek-examen: oorspronkelijk de natte droom voor elke student, naderhand vooral een “ikhaddatboekmoetenopendoen”-dip.

Om te leren

  • Breng zelf structuur in jouw boek aan. Leer niets vanbuiten, heb je toch zin om te leren: leer de inhoudstabel. Het is ontzettend belangrijk dat je dingen kunt plaatsen in het groter geheel, los van de tijd die je wint door niet de hele tijd te moeten bladeren op het examen
  • Probeer in aanloop van het examen toch wel het boek eens te lezen. Op je examen nog gaan uitzoeken over wat iets eigenlijk ging is tijdrovend en je loopt het risico dat je net dàt niet snapt.

Het examen invullen

  • Net zoals bij elk examen: ontleed de vraag. Elk, maar dan ook élk woord of concept moet je best uitleggen ook al is het kort. Ga in de inhoudstabel of in het abc-register (als het er is) kort na of en waar dit vermeld wordt.
  • Vermeld onder welk hoofdstuk de vraag valt: waarom is dit relevant voor een bepaald thema? Schets het ruimer kader

Gesloten boek: meerkeuze

Een meerkeuzevraag is een vraag waarbij uit een beperkt aantal antwoorden kan worden gekozen. Vaak zal men ‘correctie voor gissen’ toepassen. Dit is een manier om gokken tegen te gaan. De examinator zal voor elk fout antwoord (1/ (aantal antwoorden -1)) aftrekken (bv. Bij 4 antwoordmogelijkheden, wordt er 1/3de punt afgetrokken bij een fout antwoord). Bij deze examenvorm gelden een aantal specifieke tips.

Voor al wie stiekem van binnen toch nog een klein beetje kind is: De vrees voor een multiple choice examen bekeken vanuit de ogen van Winnie The Pooh

Tips van een student

Ja, ik ga tegen de massa in maar toch: vul zoveel mogelijk vragen in! Plus est-en vous, je kan meer dan je denkt. Als je 40 vragen hebt, en je vult er 37 in: vul evenzeer de andere drie nog in. Je gaat sowieso niet lager kunnen scoren. Werk met ronden: wat weet ik zeker wat weet ik half zeker waar moet ik wat langer op nadenken

Kijk na, maar voor de ‘zekerheid’. Je eerste gedachte is vaak nog altijd de beste gedachte.

Een meerkeuze-examen voorbereiden

Studeer je cursus net zoals je dat voor een essayexamen zou doen. Structuur en inzicht zijn ook bij dit soort examen belangrijk. Zorg er ook voor dat je de cursus volledig begrijpt (Zoek bijvoorbeeld actief naar aanwijzingen die duiden op belangrijke elementen) Test je kennis ten slotte aan de hand van voorbeeldexamenvragen.

Het examen zelf

Net als bij het maken van andere examens, is het zeer belangrijk de richtlijnen te lezen. Het invullen van de elektroniszche antwoordformulieren vragen een specifieke aanpak bij het invullen. Zo mag je bijvoorbeeld niet zomaar het bolletje kleuren. Lees dus aandachtig alle instructies. Zorg ervoor dat je naam en studentennummer correct weergegeven zijn op je examenbundel én antwoordformulier.

Gesloten boek: open vragen

  • Leer de tussentitels. Open vragen beslaan vaak meerdere concepten en hoofdstukken en er wordt verwacht dat je de link zelf kan leggen.
  • Open vragen: schrijf alles wat je weet of kan bedenken! Als je een blad ruimte hebt: beschrijf gerust heel dat blad (maar ga er ook niet over). Je kan beter iets opschrijven waarvan je denkt “dit heeft er maar half mee te maken” dan niets. Soms legt jouw brein namelijk slimmere verbanden dan jijzelf, of toch je bewuste zelf 🙂 In dit geval geldt: proffen houden van onze literatuur!
  • Schrijf altijd in volzinnen, maar indien het vak en de vraag het toelaat maak gebruik van tekeningen ter verduidelijking

Gesloten boek: essay

Een handig overzicht over de do’s en don’ts bij essay vragen vind je hier!

Advertenties